Ilse Vooren

Fotografie & Zingeving

10Nov/100

Berichtje aan de dood 2

Beste dood,

Het is alweer een jaar geleden dat ik je een bericht stuurde. Mocht je me gevolgd hebben dan weet je dat ik een andere baan heb, dat het bevalt aan de academie en dat ik van alles beleef. Die dingen houden me nogal bezig, maar ondertussen ben je nooit helemaal uit mijn aandacht verdwenen.

Je hebt niet geantwoord. Dat had ik trouwens ook niet verwacht en het hoeft ook niet, ik wil je alleen laten weten dat ik je niet ben vergeten. Nu durf ik niet goed te zeggen waarom je steeds in mijn aandacht terugkeert, want misschien brengt het je op rare ideeën. Maar goed.

Weet je, ik vraag me af wie jij bent. Ik zou je best beter willen leren kennen. Iedereen kent je naam en je verschijning, maar niemand lijkt te weten wat er achter jouw masker schuilt. Ik weet zeker dat er achter je naam een hele wereld verborgen ligt, net zoals achter de naam God, Rijksmuseum of die van mijn nichtje. Is er ooit iemand geweest die jou werkelijk heeft gezien?

En dan nog iets. Dat vind ik nog enger om te zeggen, maar ik vertrouw erop dat je mij in mijn waarde laat. Op sommige momenten, zoals nu, lijkt het me best fijn om in jouw wereld te zijn. Jij bent zo anders dan de meeste anderen. Ik ken je niet goed maar jouw wereld lijkt oneindig groot, zonder grenzen, een wereld waarin je rond kan vliegen dat het een lieve lust is, in alle vrijheid en samen met alles. En dat terwijl de wereld van mij en de meeste anderen zo beperkt is, ook al zijn we nog zo openhartig of ruimdenkend. We blijven gevangen in ons lichaam, in ons hoofd, in de aardse beslommeringen. Tenminste, ik wel, ik heb daar regelmatig last van.

Ik voel me nu en dan gevangene in mijn eigen leven. Alsof ik opgesloten zit in een ruimte, een ruimte die niet eens onprettig is, alleen ze heeft haar grenzen. Kijk ik door het raam dan zie ik het universum, licht en eindeloos uitgestrekt, ik zou daar wel heen willen - dat kan dus niet. De ervaring in een beperkte ruimte te zitten, niet eindeloos licht te kunnen rondzweven maakt me eerlijk gezegd verdrietig.

Daar lijk jij geen last van te hebben, dat je je opgesloten voelt, afgesneden. Ik zou er wel eens met je over willen praten, maar het is nogal ingewikkeld allemaal. In ieder geval heb ik het aan je verteld, dat vind ik al heel wat.

Misschien tot een volgende keer, Ilse

20Nov/090

Berichtje aan de dood

Beste dood,

omdat ik je adres niet heb probeer ik je maar eens via deze weg te bereiken. De reden dat ik contact met je opneem is de volgende.

Op de een of andere manier heb ik iets met je. We hebben nooit echt contact gehad, maar we zijn wel altijd in elkaars buurt. Althans, dat voel ik zo, misschien heb jij er zelf totaal geen erg in, dat zou kunnen. In ieder geval wil ik niet meer doen alsof je niet bestaat. Je te negeren doet nogal gekunsteld aan, omdat je toch echt aanwezig bent voor mij. Nogal zelfs. Net zoals het zo vreselijk ongemakkelijk kan zijn om in een bushokje naar de bustijden te kijken, boven het hoofd van iemand anders die op het bankje vlak voor je zit, zonder diegene te groeten. Dat je doet dat je heel geconcentreerd naar de bustijden kijkt, zonder acht te slaan op die persoon. Je begeeft je in elkaars directe ruimte, maar schijnbaar bestaat de ander niet.

Dat vind ik een rotgevoel. En omdat ik de schijn van jouw niet-bestaan onmogelijk op kan houden, spreek ik je gewoon maar aan. Eigenlijk heel normaal, lijkt me. Ondanks dat ik nooit echt hoogte van je heb gekregen, wat mijn onzekerheid voedt en me soms angstig maakt, vind ik wel dat je er bij hoort. En ik weet zeker dat als jij wat mondiger zou zijn, je hetzelfde zou zeggen, namelijk dat ik met jou verbonden ben, en de anderen ook.

Punt is een beetje dat ik je nog nooit heb kunnen betrappen op woorden. Ik weet dus ook niet of je mijn boodschap wel verstaat. Mocht dat zo zijn, dan weet je bij deze dat ik je reeds heb ontwaard. Ik zou het fijn vinden als we voortaan wat normaler met elkaar om kunnen gaan.

Fijne dag nog en een vriendelijke groet, Ilse

Tagged as: , , No Comments