Lullen en poetsen anno 2010
Niet lullen, maar poetsen. Steeds vaker zeg ik het tegen mezelf en nu vraag ik me ineens af waar de gevatte uitdrukking betrekking op heeft. Niet lullen, dat begrijp ik nog wel. Al had niet praten netter geweest, het is in ieder geval duidelijke taal. Interessanter is het poetsen.
Ik zie de jaren vijftig voor me, in zwart-wit beeld, verzin het polygoongeluid erbij. Een typisch hoeksteengezin in Noord-Brabant. Man komt na een dag noeste arbeid thuis, hangt zijn lange jas en hoed aan de kapstok, ploft neer in zijn leesstoel met de krant die zijn vrouw hem aanreikt. Want ze weet dat hij dat het liefste doet, de krant lezen in zijn stoel. Zelf gaat ze op de bank zitten, de handen in de schoot gevouwen, en vertelt over de poes van de buurvrouw die vandaag alweer een dode merel op de deurmat heeft gelegd. “Ge moet niet lullen, maar poetsen”, onderbreekt de man haar nors, terwijl hij opzichtig de pagina omslaat.
Ik zit duidelijk in een poetsfase. Niet dat ik het boenen van de pot als liefste bezigheid heb of het noodzakelijk vind om iedere dag af te wassen. Nee, ik besef me hoe fundamenteel het dagelijkse handelen is. Het is prettig om overtuigd te zijn van zaken, om een mening te hebben over Geert Wilders en om te praten over het belang van duurzaamheid. Maar wat zijn overtuigingen, meningen en waarden werkelijk waard als ik ze niet praktiseer?
In het alledaagse leven blijkt het praatjes maken vaak makkelijk. Lees ik bijvoorbeeld de krant, die ik overigens mezelf aanreik, dan krijg ik al genoeg informatie en inspiratie om dagenlang te lullen. “Zoals die man schrijft, dat wil ik ook kunnen!”. In andere woorden, was het maar mijn leven, kon ik maar datgene doen wat een ander doet en laat. Had ik maar dit, ging ik maar dat. Het is zo makkelijk om eindeloos te zwetsen over wat we willen bereiken, wat we hadden gekund, wat we zouden moeten, hoe we het liefste zouden leven. Om het vervolgens niet te doen.
Ja, ik ging maar. Zoals gezegd verkeer ik in de poetsfase. Ik ga voor wat ik belangrijk vind, ik probeer zo veel mogelijk te leven naar mijn eigen wensen en gehoor te geven aan wat ik als mooi en lekker beschouw, aan wat ik als mijn waarheid zie. Daarmee ben ik geen modelburger, geen held en geen übermens. Wel ben ik, door te handelen naar wat ik als waardevol beschouw, doorgaans heel gelukkig. Zoals ook de filosoof Charles Taylor zegt: hoe meer je als mens doorleeft wat je als ultiem waardevol beschouwt, hoe groter de kans op ervaringen van zin.
Overigens wil ik anno 2010 wel een wijziging doorvoeren. Want dat ik het poetsen ontdekt heb, betekent niet dat ik niet meer lul. Sterker, laten we vooral tegen onszelf en met elkaar blijven praten, opdat we boven tafel krijgen hoe we zouden kunnen, moeten en willen handelen. Ge moet zowel lullen als poetsen.