Berichtje aan de dood
Beste dood,
omdat ik je adres niet heb probeer ik je maar eens via deze weg te bereiken. De reden dat ik contact met je opneem is de volgende.
Op de een of andere manier heb ik iets met je. We hebben nooit echt contact gehad, maar we zijn wel altijd in elkaars buurt. Althans, dat voel ik zo, misschien heb jij er zelf totaal geen erg in, dat zou kunnen. In ieder geval wil ik niet meer doen alsof je niet bestaat. Je te negeren doet nogal gekunsteld aan, omdat je toch echt aanwezig bent voor mij. Nogal zelfs. Net zoals het zo vreselijk ongemakkelijk kan zijn om in een bushokje naar de bustijden te kijken, boven het hoofd van iemand anders die op het bankje vlak voor je zit, zonder diegene te groeten. Dat je doet dat je heel geconcentreerd naar de bustijden kijkt, zonder acht te slaan op die persoon. Je begeeft je in elkaars directe ruimte, maar schijnbaar bestaat de ander niet.
Dat vind ik een rotgevoel. En omdat ik de schijn van jouw niet-bestaan onmogelijk op kan houden, spreek ik je gewoon maar aan. Eigenlijk heel normaal, lijkt me. Ondanks dat ik nooit echt hoogte van je heb gekregen, wat mijn onzekerheid voedt en me soms angstig maakt, vind ik wel dat je er bij hoort. En ik weet zeker dat als jij wat mondiger zou zijn, je hetzelfde zou zeggen, namelijk dat ik met jou verbonden ben, en de anderen ook.
Punt is een beetje dat ik je nog nooit heb kunnen betrappen op woorden. Ik weet dus ook niet of je mijn boodschap wel verstaat. Mocht dat zo zijn, dan weet je bij deze dat ik je reeds heb ontwaard. Ik zou het fijn vinden als we voortaan wat normaler met elkaar om kunnen gaan.
Fijne dag nog en een vriendelijke groet, Ilse