Ode aan de landkaart
Zojuist heb ik de landkaart van de Schotse westkust aan de zijkant van mijn kledingkast opgehangen. Van alle kaarten die ik bezit – plattegronden van Barcelona, Parijs, Amsterdam, landenkaarten, de fietskaart van Vlieland - is dit mijn lievelingskaart.
Niet in de laatste plaats vanwege de mooie vormgeving. Bossen kleuren verschillende tinten groen, het vele water natuurlijk blauw en de gebergten roodbruin. Hoe hoger de piek, hoe donkerder de kleur. Zo krijgt de kaartlezer een levendig, gedetailleerd reliëfbeeld. Heel iets anders dan de fletse wegenkaart van Midden-Nederland, om maar wat te noemen.
Als ik vanuit mijn bureaustoel naar de grillige bergen, meren en inhammen kijk, kijk ik naar een thuis. In dat gebied ben ik waar ik wezen wil.
Tekent meteen de symbolische waarde en de reden waarom je een landkaart aan de zijkant van je kledingkast zou willen ophangen. Om er aan herinnerd te worden dat geen meer, geen kasteel bereikt wordt zonder dat daar een weg toe leidt. Ik mag dan wel onderweg naar Loch Maree zijn, de meeste plekken zijn het waard om te stoppen, uit te stappen, te genieten van de omgeving. Verkeerd rijden? Tenzij met heel veel haast ergens naartoe scheurende gebeurt dat niet in de Highlands. Besluit ik ineens een klein weggetje in te slaan omdat het me aantrekt, best. Of ik rechtsaf ga in plaats van linksaf, ik maak de keuze en het zal even schoon zijn.
Het stilleven doet een glimlach bij me verschijnen. Want nee, ik kan niet van Oban naar Ullapool in één stap. Niet eens wenselijk, gezien de roep van het gebied ertussen. Het eiland Skye is bereikbaar per boot, en als ik zin heb ook met de auto. Of lopend. Of misschien zie ik er toch maar van af en ga ik richting Mull.
De kaart vindt het allemaal best, toont geduldig de mogelijkheden. Weet je wat? Ik begin met mijn tentje op te zetten. Maak ik morgen een lekker wandelingetje in de buurt.